“Dit vak raakt zoveel  aspecten, er komt zoveel bij kijken.
Mijn insteek is vooral om de technologie mensgericht te gebruiken.”

IN GESPREK MET:

DENNIS SLOOTS, CONSULTANT ZORGTECHNOLOGIE

Over het gebruik en de acceptatie van zorgtechnologie in de langdurige zorg

Dennis Sloots

Met hart voor de zorg als zorgprofessional is Dennis de afgelopen jaren werkzaam als ervaren bedrijfs- en informatiekundige in de consultancy. Na wat opstartproblemen met de online verbinding lukt het om elkaar te horen en zien, het is nog steeds een beetje onwennig.

De vorige keer dat we elkaar spraken zag de wereld er heel anders uit. We zagen elkaar toen op het kantoor van SKA Groep, vlak daarna stond de wereld stil door de Covid-19 pandemie. Hoe gaat het nu met je?

Ja klopt. Als ik terugkijk naar de afgelopen periode is er veel gebeurd. Ik ben afgestudeerd voor mijn master  Strategy & Leadership, en door de Covid-19 uitbraak is het werk wel enigszins veranderd. In de gezondheidszorg heeft dat uiteraard een enorme impact.

Waar merk je dat het meest aan?

Sindsdien ga ik niet meer bij organisaties langs maar werk vanuit huis. Het werk heeft wel even stil gestaan maar de bedrijfsvoering van organisaties moet ook door, je kunt dat niet zomaar stopzetten. Veel organisaties kozen er voor om projecten binnen de bedrijfsvoering, die natuurlijk ondersteunend zijn aan de zorgprocessen, op aangepaste manier weer op te pakken. We hebben alles online voortgezet, wat veel nieuwe, praktische vraagstukken met zich meebracht, zoals bijvoorbeeld de vraag met hoeveel mensen je online nog een goede, inhoudelijke en interactieve training kunt geven. De trainers, en ik ook, moesten ons in rap tempo bijscholen, een nieuwe competentie aanleren.

Reflecterend op het online werken hebben we geconstateerd dat we in kleinere groepen en voor bepaalde doelen ook in de toekomst prima online kunnen blijven werken. Het kan bijvoorbeeld tijdwinst opleveren. Dit zie ik als een positieve ontwikkeling. Maar zeker voor grotere en/of multidisciplinaire groepen is persoonlijk contact toch beter. Je loopt anders het risico de interactie kwijt te raken en de focus en aandacht is live intensiever. Iedereen die de afgelopen tijd online heeft vergaderd zal het beeld herkennen van mensen die ondertussen weglopen, de plantjes water geven, pakjes aannemen etc. Ook mis je de ontmoetingen, verhalen en observaties van de werkvloer en de cultuur van de organisatie. Deze non-verbale informatie is heel waardevol. Het gaf ook wel weer een nieuwe energie om buiten de gebaande paden te denken en werken. Hoe kun je toch projecten binnen de bedrijfsvoering doorvoeren, terwijl de zorg natuurlijk vooral de aandacht heeft voor het welzijn en de veiligheid van de cliënten. Inmiddels is er weer iets meer mogelijk. Met bepaalde teams en nieuwe, strikte regels gaan we wel weer live bijeenkomsten houden, het is nu zoeken naar een goede middenweg. Veel instellingen zijn, terecht, angstig voor een nieuwe uitbraak.

Wat vond je in dit proces het lastigst, waar liep je tegenaan?

We moesten een andere manier vinden voor het meten van de kwaliteit van de verandertrajecten. Voorheen voerden we gesprekken op locatie, nu gaan we dat bijvoorbeeld doen vanuit een elektronisch cliëntendossier. Het cliëntendossier is hierdoor zwaarwegender geworden met betrekking tot het meten van de kwaliteit van zorg. Dat geldt ook voor de verpleegkundigen, die nu vaker via foto’s en observaties uit het cliëntendossier moeten werken in plaats van hierover met elkaar in gesprek te gaan. Welke impact heeft dit op de lange termijn, en hoe gaan we hiermee om?

Dit vraagstuk sluit wel mooi aan op mijn afstudeerscriptie, want dat gaat over de veranderende technologie en de veranderende rol van de verpleegkundige. Mijn onderzoeksvraag was: ‘Hoe kunnen verpleegkundigen zorgtechnologie accepteren en deze integraal opnemen in hun beroepspraktijk.’ Ik heb deze vraag gesteld omdat ik merkte dat er veel technologie beschikbaar is maar dat er ook weerstand is om deze daadwerkelijk, of ten volle, in de praktijk te gebruiken. Hoe kunnen verpleegkundigen de technologie gaan gebruiken zodat het hen in hun werk ook daadwerkelijk ondersteunt en versterkt . Door werkdruk neemt de verpleegkundige vaak niet de tijd om uit te zoeken hoe iets precies werkt en valt terug op de bekende, vertrouwde methode. Ook kan de verpleegkundige het gevoel hebben overbodig te worden, dat de technologie niets toevoegt aan hun professionaliteit, of is er weerstand om op een scherm te kijken in plaats van persoonlijk contact te hebben met de cliënt. In één van de leer- en verbeterprogramma’s waaraan ik mag meewerken kijken we samen met het team naar dit spanningsveld, en hoe de technologie juist efficiëntie en preventie kan opleveren.  Daar zou meer aandacht voor moeten zijn. Uit mijn onderzoek is gebleken dat de pandemie dit proces wel heeft versneld, verpleegkundigen vragen cliënten nu bijvoorbeeld om een foto van de wond op te sturen in plaats dat ze bij de cliënt langs gaan om de wond te bekijken.

Denk je dat er ook weerstand is tegen de toename van zorgtechnologie omdat sommige mensen de technologie moeilijk vinden, en hoe verhoudt dat zich tot de verschillende opleidingsniveaus binnen de zorg?

De omgang met de technologie is zeker ook een nieuwe competentie, wat niet iedereen direct zal liggen. Vanuit de overheid wordt de zorgtechnologie enorm gestimuleerd, softwareleveranciers hebben mooie programma’s waardoor bestuurders en managers denken:  “Dit moeten we nemen want dit verbetert onze dienstverlening.” Dat gaat nu op een heel hoog tempo, wat op de werkvloer ook stress met zich mee kan brengen. Er zijn soms ook te hoge verwachtingen van de technologie. Ik wil niet op de rem trappen maar het is dan heel belangrijk om de tijd te nemen om de technologie goed te implementeren en mensen er aan laten wennen. Het is belangrijk om binnen de organisatie een ‘vaandeldrager’ te hebben, die ook de competentie heeft om het werken met de technologie aan collega’s over te brengen. Je ziet dan dat het beter geïntegreerd en geaccepteerd wordt. De zorg is erg in beweging, is erg gevoelig voor beleidskeuzes in de politiek, er zijn complexe zorgvragen, cliënten worden ouder en mondiger en nu is er ook nog een pandemie. Ik vind het heel bijzonder dat mensen in de zorg zich als een duizendpoot zó kunnen inzetten.

Wat vind je binnen je vakgebied de meest interessante ontwikkeling?

Nu moet ik een keuze maken hè.. dat is lastig. De zorg op afstand is een ontwikkeling die ik erg interessant vind, en de sensortechnologie vind ik denk ik wel het mooist. Met deze technologie kan het leefpatroon van de cliënt gevolgd worden, de omgeving kan zich daar dan op aanpassen. Wanneer bijvoorbeeld een cliënt met dementie van een afdeling wegloopt ontvangt de verzorgende een signaal, waardoor deze direct kan handelen. Dit is bijvoorbeeld heel ondersteunend voor de thuiszorg. Ook het tonen van een wond via beeld kan veel efficiëntie opleveren. Dat zijn mooie ontwikkelingen, al blijft persoonlijk contact natuurlijk altijd heel belangrijk, en moet de zorgverlener de regie houden wanneer de zorg online gegeven kan worden en wanneer persoonlijk contact nodig is.

Heb je het idee dat daarin ook gevaren kunnen schuilen, bijvoorbeeld met betrekking tot de privacy van de cliënt?

Dat is inderdaad wel een vraagstuk. Je moet jezelf bij het inzetten van deze technologie altijd de vraag stellen waarom het noodzakelijk is, wat de indicaties zijn, zeker niet standaard bij iedereen inzetten en uiteraard altijd in overleg met de cliënt of de wettelijke vertegenwoordiger. Tegenwoordig is daar gelukkig meer aandacht voor dan voorheen. Een groot deel van mijn werk bestaat uit privacy- en informatiebeveiliging, samen met de organisatie kijken waar de blinde vlekken zitten. De voor- en nadelen moeten tegen elkaar afgewogen worden en het moet altijd een gespreksonderwerp zijn. Je ziet dit ook nu met de invoering van de Corona-app. Wat weegt zwaarder, de privacy of de oplossing die de technologie zou kunnen bieden? En we moeten alert blijven wat er met de data gebeurd en wie hierin inzage heeft.

Aan het begin van de Covid-19 uitbraak werd je geïnterviewd voor het televisieprogramma ‘De Barometer’ van RTL-Z, hoe was dat?

Ja dat was inderdaad erg leuk, en ook daar moesten we improviseren met de net ingevoerde Coronamaatregelen. Ik heb in dat programma verteld over mijn werk en zorgtechnologie, wat er speelt in de markt en hoe we dat kunnen begeleiden.  Dat was natuurlijk erg actueel. Tegelijkertijd was ik ook druk met afstuderen en de ombuigingen in het werk waarover we het eerder al hadden. Een enerverende periode dus.

Welke richting binnen jouw werk bij SKA Groep spreekt je het meest aan?

Moeilijke keuze, juist de combinatie van onze diensten en de afwisseling vind ik erg leuk. Doordat ik in de zorg heb gewerkt ken ik de praktijkkant ook goed, en kan ik deze ervaring gebruiken in mijn huidige werk. Het begeleiden van transities en leren van eerdere grote transities in de zorg vind ik erg interessant. Dit vak raakt zoveel  aspecten, er komt zoveel bij kijken. Mijn insteek is vooral om de technologie mensgericht te gebruiken. Dat vind ik ook wel één van de kernwaarden van ons bureau.

September 2020 - Leonie Amorim

Scroll to top